Schijndel

Brouwerijen vanaf 1900
bron: Friedrich - Brauereiverzeichnis Niederlande (1997)
1.A. Pijnappels1900
2a.M.P. Smits1900
2b.L.J. Bolsius1905
2c.Gebrs. Bolsius1910
2d.M. Bolsius1915
2e.Mathijs Smits1935
3.A.F. Swinkels, bierbrouwerij De Zwaan1920

Geschiedenis Schijndelse brouwerijen na 1800

In een overzicht van bierbrouwerijen in de provincie Noord Brabant over 1816 wordt melding gemaakt van 4 brouwerijen. Van deze 4 was er één niet meer in bedrijf; de staat van de andere werd als bloeiend omschreven. Bij die 3 brouwerijen waren 2 werklieden in dienst, die per dag tussen de acht en tien stuivers verdienden. Bij één van de brouwerijen was tevens een azijnmakerij gevestigd.
De combinatie bierbrouwerij en azijnmakerij lag overigens bepaald voor de hand. Het was vroeger moeilijk om bier voor langere tijd goed te houden, zeker toen de mogelijkheden om bier te koelen erg beperkt waren. Het kwam dan ook geregeld voor dat bier bedierf. Door dat bedorven bier op een speciale manier te bewerken, kreeg men bierazijn.

In 1832 waren er in Schijndel nog 3 brouwerijen, onderverdeeld in 1 bier- en azijnbrouwerij en 2 bierbrouwerijen, welke in de kadastrale leggers op grond van een goede of minder goede inrichting en localiteit in twee klassen werden verdeeld.
Het gemeenteverslag over 1854 maakt melding van 2 bierbrouwerijen. Dat is ook nog zo in 1963 en 1879. In laatstgenoemd jaar waren daar 7 volwassen mannen werkzaam. Omstreeks 1890 waren er weer drie brouwerijen in Schijndel.
Wat betreft de afzet waren de Schijndelse brouwers steeds aangewezen op de plaatselijke bevolking en enkele dorpen in de direkte omgeving.
Wie die brouwers waren en hoe het hun brouwerij is vergaan wordt hieronder uit de doeken gedaan.

De brouwerij van Smits/Bolsius

Twee Schijndelse dames voor de brouwerij van Smits/Bolsius - foto met dank aan J. Klijnholstz

Daar waar tegenwoordig de Boschweg begint, ongeveer op de hoek bij de afslag Voortstraat, had Lambertus Smits, getrouwd met Petronella van Bree, in het begin van de 19de eeuw een bier- en azijnbrouwerij. Later werd het bedrijf naar de Hoofdstraat verplaatst, ter plaatse ongeveer waar tegenwoordig de ABN-AMRO bank gevestigd is. In 1832 werd de brouwerij als volgt omschreven:

De bier- en azijnbrouwerij, staande en gelegen in sectie D No. 20, in een goede staat van onderhoud, met een ketel groot 44 vaten, 33 kannen, no 2 een kuip groot 15 vaten, 33 kannen en no. 2 10 vaten, 31 kannen benevens eene geelkuip, vaatenkelder, mouterij en bergplaats alles zeer goed ingericht.

Lambertus Smits overleed in 1856, waarna zoon Thijs de brouwerij overnam. De toestand wordt in het verslag van de gemeente Schijndel over 1863 matig genoemd. In 1865 liet hij het pand geheel verbouwen.
Het perceel was overigens gesplitst. Behalve de brouwerij stond er de smederij van P. Kemps op.
Thijs Smits, bijgenaamd "d'n brouwer", was door familiebanden gerelateerd aan de familie Bolsius. Zijn zus Alegonda was getrouwd met Hendricus Bolsius uit Den Bosch. Zoon Lambert Bolsius (geboren op 30 oktober 1848) ging na zijn studie op de Ruwenberg en het Klein Seminarie te Sint Michielsgestel bij zijn oom Thijs Smits, die geen kinderen had, werken. Na het overlijden van M.P. (Thijs) Bolsius in 1891 nam Lambert de brouwerij over.
In de "Staat der fabrieken" van Schijndel over 1894 staat vermeld dat L.J. Bolsius hier een bierbrouwerij had waar 3 mannelijke volwassenen werkzaam waren. Blijkens nog aanwezig briefpapier heette de brouwerij van Bolsius "Het Anker".
Lambert Bolsius was getrouwd met Irene Raupp. Hij stierf op 4 juli 1907, waarna het bedrijf door zijn zonen Harrie en Frits werd voortgezet. Harrie en Frits Bolsius hadden in Schijndel nog een bedrijf te runnen, namelijk de kaarsenfabriek van oom Toon Bolsius, die zij in 1906 na zijn overlijden hadden overgenomen.
In 1914 waren er bij de brouwerij Bolsius 5 mannelijke arbeiders in dienst. Bij de brouwerij was toen tevens een mouterij gevestigd.
In 1915 wordt Mathijs Bolsius uit Den Bosch, zoon van Lambert Bolsius en Irene Raupp, als eigenaar van het pand Hoofdstraat 88 genoemd. Naar alle waarschijnlijkheid heeft hij in dat jaar ook de brouwerij overgenomen. De brochure "Verzeichnis der Niederländischen Brauereien" maakt melding van een nieuwe eigenaar van de brouwerij omstreeks 1915, namelijk M. Bolsius. Ook in de "Staat der fabrieken" van de gemeente Schijndel over 1916 wordt M. Bolsius als eigenaar van de brouwerij vermeld. Het bedrijf had toen 5 volwassenen in dienst.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog, vooral na 1916, was het bijzonder moeilijk om aan de nodige grondstoffen voor de bierbereiding te komen. Dat is de reden waarom in deze periode vele brouwerijen gedwongen waren om met de productie te stoppen. Ook voor M. Bolsius werd de situatie onhoudbaar en hij stopte derhalve met het bierbrouwen.
In 1919 of daaromtrent werd de brouwerij ter plaatse omgevormd tot een jamfabriek, de Asdonck. Volgens het kadaster was in 1920 de eerdergenoemde Harrie Bolsius, zoon van brouwer Lambert Bolsius, eigenaar van het bewuste perceel met opstal. Een jaar later wordt als eigenaar genoemd N.V. Vruchtenconservenfabriek De Asdonck, waarna het in 1923 in bezit kwam van slager Geerkens.

De brouwerij van Pijnappels op de hoek Boschweg - Brouwhuisstraat

Ter plaatse is daar momenteel het garagebedrijf Fassbender-Valks gevestigd. Op dezelfde plek stond vroeger brouwerij Sint Anthonis. Dat pand werd ook wel Het Hooghuis genaamd.
In 1832 was Gijsbert Pijnappels eigenaar van deze brouwerij, welke toen in de tweede klasse was ingedeeld. De omschrijving was als volgt:

De tweede klasse, staande en gelegen in sectie A No. 971, Bestaat uit eene ketel groot 28 vaten, 73 kannen, die te gelijkertijd voor geelkuipen moeten dienen met 2 koelbakken.
Men vindt dezelve in eene schuur, middelmatig in onderhoud.

Gerard Pijnappels was gehuwd met Hendrina van der Schoot. Zijn zoon, geboren op 16 juli 1815, volgde hem als brouwer op.
In het gemeenteverslag van Schijndel over 1863 wordt de toestand van de brouwerij matig genoemd.

Volgens het gemeenteverslag over 1863 waren in dat jaar bij de 2 hiervoor genoemde brouwerijen 4 personen in dienst. In 1879 was dat gestegen tot 7. Hoeveel er bij elke brouwerij werkten is niet bekend.
Antonie Pijnappels overleed in 1894. Daarmee kwam tevens een einde aan het voortbestaan van deze brouwerij.

De brouwerij van Smits op de hoek Elschotseweg - Hopstraat

Johannes Smits, zoon van Paulus Joannes Smits en Petronilla Joannes van der Schoot, was in 1832 eigenaar van deze brouwerij die in voornoemd jaar in de eerste klasse was ingedeeld. Ze werd als volgt omschreven:

De eerste klasse, staande en gelegen in sectie A no. 1009, Bestaat uit eene ketel groot 24 vaten, 16 kannen; eene roerkuip groot 11 vaten, 72 kanne d(i)e te gelijkertijd voor geelkuip moet dienen; eene kleine vaatkelder en twee koelbakken, alles in een vrij goed locaal

Vóór 1854 hield deze brouwerij op te bestaan. Reden daarvoor ligt mogelijk in de moeilijke bedrijfssituatie die toen voor bierbrouwerijen gold. Door de hoge graanprijzen vanaf de tweede helft van de jaren '40, onder andere veroorzaakt door ziekte in de gewassen en misoogsten, was het immers heel moeilijk geworden om een positief bedrijfsresultaat te behalen. De agrarische crisis, die tot ongeveer halverwege de jaren '50 zou aanhouden, liet dus heel duidelijk zijn sporen na voor de bierbrouwers.
Het jaarverslag van de gemeente Schijndel over 1854 maakt daarvan als volgt melding: "De bierbrouwers hebben, uithoofde de duurte der granen en hop weinig of geen voordeel opgeleverd.

Familie Swinkels voor de brouwerij - foto met dank aan J. Klijnholstz

De brouwerij van Swinkels

Adrianus Swinkels (geboren te Lieshout op 22 juni 1855) werkte samen met zijn broer Jan in de brouwerij, die zij van hun vader hadden overgenomen. Tot 1899 werkten de twee broers voor gezamenlijke rekening, totdat Adrianus in genoemd jaar een eigen brouwerij in Schijndel begon. Broer Jan bleef in Lieshout het brouwersvak uitoefenen, en niet zonder succes. Zijn brouwerij, Bavaria geheten, is tegenwoordig in heel Nederland alom bekend.

Adrianus Swinkels vestigde zijn bierbrouwerij in de Hoofdstraat. Het heette "De Zwaan". Later verplaatste hij zijn bedrijf naar de Toon Bolsiusstraat.
Wegens gebrek aan grondstoffen tijdens de Eerste Wereldoorlog moest ook Adrianus zijn brouwerij opheffen. Hij bleef "in" het bier, namelijk in de bottelarij en de drankenhandel. Hij werd agent van brouwerij De Drie Hoefijzers uit Breda.
In 1933 nam zoon Cornelis de drankenhandel over; op 30 juni 1935 overleed Adrianus.
(©) Bovenstaand artikel werd met toestemming van de auteurs, John Klijnholstz en Harry Maas, overgenomen uit de publicatie "Bierbrouwen in Schijndel" (1993).

Meer informatie over Schijndel

  • Schijndel, historische verkenningen
    (Reeks Bijdragen tot de studie van het Brabants heem)
    A.J.H.M. Prinsen, Wiro Heesters
    1984 - Stichting Brabants Heem in samenw. met het gemeentebestuur van Schijndel
  • Bierbrouwen in Schijndel
    John Klijnholstz en Harry Maas
    1993 - J. Klijnholstz, Schijndel
  • Een bierkuip, waterputten en andere sporen aan de Groenweg-Hoofdstraat in Schijndel
    Ria Berkvens
    Verschenen in: Nieuwsbrief Archeologie Kempen- en Peelland
    2004 - nummer 31 (november)
  • Schijndelse brouwerij De Zwaan ten onder door opkomst pils
    Kees van Kuilenburg
    Verschenen in: BAV Journaal, tijdschrift van Bier en Verzamelaarsvereniging BAV, Leiderdorp
    2005 - nummer 5
  • De Schijndelse hopteelt vroeger
    Henk Beijers, lid van Heemkundekring Schijndel
    2005
  • Goud in Schijndel
    Archeologie en historie van een Brabants dorp tussen 1600 en 1800
    Tonnie van de Rijdt en Ria Berkvens
    2006 - Uitgeverij Matrijs, Utrecht
  • Hopteelt in Schijndel
    Na eeuwen bloeit de hop weer in Nederland
    Gerard Velders
    Verschenen in: PINT - Nieuws voor biergenieters, Amsterdam
    2006 - nr 157 - december
  • Sporen van hopteelt aan de Steeg in Schijndel  Pdf
    Drs. Ria Berkvens
    2006 - Archeologische Vereniging Kempen- en Peelland (AWN-afdeling 23)